Goed werk

De aanhoudende massawerkloosheid heeft ertoe geleid dat de aanspraken aan een menswaardige vorming van arbeid steeds meer teruggeschroefd wordt. I.p.v. “Goed werk” geldt de slagzin “Hoofdzaak werk”, eender welk. Dienovereenkomstig heeft het werk als broodwinning al veel aan recht en waarde verloren. De “normale arbeidsovereenkomst” wordt een fossiel en precair, onbeschermd werk neemt toe. Haast in elk geval betekent dit werk met weinig rechten, minder loon en sociale zekerheid en geringe planzekerheid. Het instappen in het werk als broodwinning lukt haast enkel nog met bestaansonzekerheid, namelijk tijdelijke contracten, projectwerk, niet betaalde practica en uitzendwerk. Het bestaande verschijningsbeeld van het werk als broodwinning brokkelt steeds meer. Veel voltijds tewerkgestelden behalen actueel niet eens meer een bestaanszeker loon en moeten door nationale transferprestaties “aangevuld” worden. Werk beschermt niet meer voor armoede (working poor).

In het kapitalisme wordt het werk volgens de marktwetgeving als goederen gehandeld en als kostenfactor gezien. Het werk werd van haar eer en haar recht beroofd: Werk zonder fair loon, werk op tijd, werk zonder aanspraak op sociale zekerheid, werk, geprostitueerd als uitzendwerk. Daarmee krimpt ze samen op een enkele zinnige samenhang: het werkinkomen, als enige tegenwaarde. Een vertekend beeld.

Het neo-liberalisme heeft de ondernemingsfilosofie verdraaid. In het middelpunt staat niet langer de toegevoegde waarde van werk, maar geldschepping volgens de wetten van de ShareholderValue. Dit betekent niets anders dan dat enkel onmiddellijke en op de duur aanhoudende kapitaalinteresten het ondernemers- en economisch handelen bepaalt. De waarde van een onderneming krimpt tot op zijn beurswaarde. Maar de beurswaarde verraadt niets over de producten en productie, laat staan over het werk van de mensen in deze onderneming.

De mensen hebben recht op “Goed werk” (persoonlijke dimensie)

  • Werkende willen hun kunnen, hun fantasie en creativiteit in hun werk inbrengen. Dat bedoelen velen met de uitspraak: “Werk dient prettig te zijn.” Zulk werk is productief omdat ze hoog motiveert en een groot verantwoordelijkheidsbesef tot stand brengt.
  • “Goed werk” betekent een hoge graad aan vrijheid in de vormgeving van het werk: Autonomie in het werk, verantwoordelijkheid De mens wil verantwoordelijkheid dragen. Werk is voor hen een uitdaging.
  • “Goed werk” maakt zin en leidt tot een hoge werkidentiteit. In vele producties is dit niet gegeven. Mensen willen dat hun werk zin heeft en leven schept. “Vrede, rechtvaardigheid, bewaren van de schepping”- dat zijn vandaag geen tekstballons meer zonder waarde die breed zijn geaccepteerd. Waar het mogelijk wordt de tewerkgestelden aan de productkeuze laten deelnemen, ze innovatief te laten meewerken, komen we een stukje naderbij aan “goed werk”

“Goed werk” schept en bevordert de sociale relatie (sociale dimensie)

  • “Goed werk” is voor beide zijden, werkgever en werknemer, winstgevend, als ze menswaardig wordt ingericht en de passende erkenning vindt. Dit kost tijd en geld maar werpt honderdvoudig vrucht af. Daarom moet geïnvesteerd worden in werk. Erkenning gaat verder dan woorden en betekent personeelsontwikkeling en personeelsvordering.
  • De aanhoudende jeugdwaan produceert vandaag immens leed, de jonge mensen raken overbelast en ouderen hebben een onwaardig einde in hun arbeidsbiografie. Gelijktijdig geldt veelvuldig de mythos: “Inzet van kapitaal is in elk geval voordeliger als inzet van werk” Ook eenvoudige werkplaatsen kunnen economisch zijn. Afgezien van het feit dat de ondernemingen ook ethisch verplicht zijn, maatschappelijke taken over te nemen en ook geschikt werk aan te bieden voor „prestatiezwakkeren“.
  • De mens is een sociaal wezen ook en vooral op het werk. Communicatief werk is menswaardig en productief. Communicatie heeft ook zijn prijs, namelijk het menselijke samenleven en de vaktechnische samenwerking. Omwille hiervan moet uit communicatie in één richting in de bedrijven een interactieve communicatie worden. Het afweren van mobbing en pesterijen is absoluut noodzakelijk.
  • “Goed werk” is vooral meebepalend werk. Gemeenschappelijke vorming van mening en wil, transparantie en verantwoordelijkheid scheppen een hoge werkidentiteit. Daarom moet zowel het medezeggenschap in de bedrijven en in de economie verder worden ontwikkeld.
  • Nog steeds zijn werk en leven verregaand niet met elkaar verzoend. Relaties en familie concurreren vaak met het werk en trekken daarbij aan het kortste eind. “Goed werk” respecteert de mensen in hun relaties, houdt rekening ermee en vordert ze. Daarom is een flexibilisering van de werktijden noodzakelijk, die niet alleen eenzijdig de mensen onder de voorwaarden van het werk stelt, maar omgekeerd ook werktijden en werkvoorwaarden sociaal verdraagzaam uitricht.