Precarisering van het werk en Working Poo
De sociale ongelijkheid neemt in de EU sinds jaren toe. En dat tussen de werknemers/werkneemsters in Europa alsook tussen de werknemers/werkneemsters in het betreffende land. Sinds jaren wordt er daarom gesproken over de sociale kloof. De oorzaken hiervoor zijn veelvuldig en complex. Wezenlijke drijver voor deze negatieve trend is de aanhoudende slechte situatie op de arbeidsmarkt, die zich door de huidige economische crisis nog versterkt in brede delen van Europa. Verder liggen de oorzaken vooral in de sterker wordende massieve werkloosheid en de snelle uitbreiding van de lagelonensectoren in vele Europese landen alsook de toename van atypisch werk dat zeer snel uitgroeit tot precair werk. Met atypische arbeidsverhoudingen wordt bedoeld: tijdelijk werk, onbenullige bezigheid, deeltijds werk en uitzendwerk. Atypische werkverhoudingen gaan hand in hand met een hoog onzekerheidspotentieel en zijn vaak verbonden met een niet voorhanden zijnde bestaanszekerheid of een duidelijk lager inkomen voor hetzelfde of gelijkaardig werk. Bovendien gelden vele sociale rechten en werknemerrechten niet of slechts beperkt bijv. de ontslagbescherming, de bescherming van het sociale stelsel, het recht op moederschapszorg en medezeggenschap. Speciaal het stichten van een gezin, woningbouw en planbare kwalificatiefases zijn een vreemd woord voor mensen in atypische werksituaties.
Met de expansie van de lagelonensectoren in de landen van de EU groeit sinds jaren het gevaar om onder de armoedegrens te vallen, ondanks een regelmatige tewerkstelling: Werkloosheid was in de jaren 80 het vaakst de oorzaak voor armoede. Uiterlijk sinds de jaren 90 komt erbij dat armoede ontstaat ondanks werk en dat in wezenlijke door het creëren van lagelonensectoren. Om deze bijzonder beschamende vorm van armoede te vermijden, zijn de wettelijke minimumlonen in de meeste EU-landen niet voldoende. Hierbij komt nog de dreigende verpaupering van de ouder wordende Europese gemeenschappen. Door de uitbreiding van de lagelonensectoren zullen een toenemend aantal mensen geen pensioen meer ontvangen waardoor ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien.









