De Europa 2020 – strategie

Doelstellingen

“De Europa 2020 – strategie” is een economisch programma van de Europese Unie, dat in 10 jaar, van 2010 tot 2020, dient te worden omgezet. Deze strategie is het opvolgingsprogramma van de zogenaamde Lissabon-agenda die gevolgd werd van 2000 tot 2010. Waar de Lissabon-agenda de visie had de Europese Unie tot “meest concurrentie vermogende en meest dynamische op kennis gebaseerde economische omgeving van de wereld” te maken, streeft de nieuwe “Europa 2020-strategie naar het doel een “intelligente, duurzame en integratieve groei” met een betere coördinatie van de nationale en Europese economie.

De ontwerptekst van de Europese commissie van 3 maart 2010 vermeldt 3 prioriteiten:

Intelligente groei: De ontwikkeling van een op kennis en vernieuwing gesteunde economie.

Duurzame groei: Bevordering van ressourcebesparende, ecologische en concurrentievermogende economie.

Integratieve groei: Bevordering van een economie met hoge tewerkstelling en een uitgesproken sociale en territoriale verbondenheid.

De zwaartepunten van het programma liggen dus op de bevordering van onderzoek en ontwikkeling, academische opleiding en een levenlang leren ter stijging van de economische groei en een bevordering van milieubeschermende technologieën en op een betere maatschappelijke integratie.

Bij de afzonderlijk geformuleerde vizierkorrels, die op de afzonderlijke EU-lidstaten worden verdeeld, behoren:

  • de verhoging van het tewerkstellingscijfer van de bevolking tussen 20 en 64 jaar van momenteel 69% naar minimum 75%.
  • de verhoging van investeringen in onderzoek en ontwikkeling op minimum 3% van het bruto binnenlands product, vooral door verbetering van de voorwaarden voor onderzoek en ontwikkeling in de private sector. Momenteel liggen de uitgaven onder 2%.
  • de reductie van de broeikasgasemissies met 20% t.o.v. 1990 of met 30% als de voorwaarden dit toelaten. De verhoging van het aandeel vernieuwbare energie aan energieverbruik op 20% en de stijging van de energie-efficiëntie met 20%.
  • de vermindering van het aandeel van voortijdige schoolverlaters van momenteel 15% naar 10% en de stijging van afgestudeerden van een hogeschool op de leetijd van 30 tot 34 jaren van momenteel 31% naar minimum 40%.
  • de vermindering van het aantal burgers onder de betreffende nationale armoedegrens met 25% waardoor 20 miljoen burgers dienen te ontkomen.

Links

Europe 2020 – European Commission